Pinnen in Den Haag is weer veilig

Het is avond. Een vrijdagavond. Om een uur of half twee. terwijl de kroegen vol staan met half-aangeschoten uitgaanspubliek, staat er een eenzame jongen bij de pinautomaat. Ongeduldig, want zijn vrienden wachten binnen. En hij wil terug. Naar zijn vrienden. Naar zijn vriendin. Naar de warmte. Naar het bier. Maar ja, het geld is op, dus er moet bijgepind worden. Geen probleem, normaal gesproken, maar nu wel. Er naderen drie duistere, brede sportschoolfiguren, met een bivakmuts op. Die komen niet om een gezellig avondje aan de bar te hangen, zeg maar.

“Hop, hem pakken we. Eitje”, mompelt een van hen. De andere twee knikken instemmend. Ze lopen door, richting de pinnende jongeman.
“Zo, lulletje rozewater”, klinkt het vanuit de bivakmuts als ze vlak achter de jongen staan, “en nu hier met die pinpas”.

“Haha, fok jullie, tuig, kijk ‘s op de grond”.
De drie mannen kijken op de grond, zien de groengele safety zone en taaien af, onderwijl een hartgrondig “godverdegodverkut” mompelend.
En zo werd weer een brute roofoveral voorkomen.



Ook gaaf:

2 Comments »

 
 

Leave a Reply