Vliegreis naar Malta
Mooi beeld. Twee soldaten, die die hele Gadaffi eigenlijk maar een aansteller vinden met z’n overdreven logeerpartijen in enorme tenten, krijgen na de lunch de opdracht even wat bommen te droppen boven een plein vol demonstrerende mensen in Benghazi, de tweede stad van het land. Ze zijn ervan overtuigd dat de Libische leider allang over zijn houdbaarheidsdatum heen is na dik veertig jaar regeren, en deze nieuwe taak is slechts een volgend teken dat Gadaffi wat seniel in het hoofd begint te worden. Iets wat trouwens al begon met die bomaanslag in Schotland, achteraf gezien.
Maar nee, nu is het mooi geweest. De twee vrienden kijken elkaar aan, beloven hun commadant netjes de opdracht uit te voren en een plein vol mensen met twee goedgeplaatste bommen schoon, naja, leeg te vegen, en stappen in hun vliegtuig.
Ze spreken verder niet. Hoeft ook niet. Na een snelle blik eerder die dag op wat clandestiene digitale nieuwsbronnen begrepen ze elkaar. Foto’s die je maag doen omkeren. Mensen die (onsmakelijke foto, echt) van dichtbij door hun hoofd zijn geschoten, in opdracht van Gaddafi. Voor zo’n ontzettende klootzak, voor iemand die zulke dingen met zijn mensen doet, willen ze niet werken.
Koud tien minuten in de lucht gaan ze ervandoor. Radio uit. Met de vluchtleiding, die officieel nog steeds aan de kant van Gaddafi staat, hoeven ze niet meer te praten. Vanuit de cockpit ziet de ene man zijn maat zijn hand opsteken en een snelle bocht naar links maken.
Even later staan ze op Malta. Daar horen ze dat ook de Libische minister van justitie de pleitterik heeft gemaakt. Lachend lopen ze naar de Maltese soldaten toe, die op hen afkomen. Het gaat de goede kant op.






Zo, da’s een smakelijk pondje half-om-half wat je daar even hebt weten te linken.