Ons Boek – mooie literatuur van ons allemaal

Vrijdag. Bijna weekend. Dan moet eens mens wat.
Dus we gooien online co-creatie outsource platform PiratePad aan, delen de link via allerhande sociale media en een paar uur later is er weer een deeltje van Ons Boek geschreven. Door u. En anderen. Onbekenden. Wie we langs deze weg willen danken.

Volgende week vrijdag gaan we weer. Ons Boek, deeltje +1. U hoort van ons.
Lezon!

– Willeke Alberti en de slag om het keukenraam. -
Stoere mannen hebben een schijthekel aan klaverjassen

- PROLOOG -

Henk en Ingrid liepen door de stad. Toen gebeurde er shit. Lees maar verder.
Het stonk, want Henk en Ingrid liepen in Dordrecht. Dat is een kutstad. Nog net iets kutter dan R’dam, heus.
Ze verveelden zich de pestpleures. In Dordt is geen kak te doen.
‘Zijn er hier geen hoeren’, vroeg Henk. ‘Klopt’, zei Ingrid, ‘er zijn geen hoeren in deze hoerenstad’. ‘Godverkut’, tierde Henk, terwijl hij schoensgewijs een winkelruit reduceerde tot een stapel glasscherven.”Kom,” zei Ingrid, “we gaan naar huis, dan kunnen we daar de eiffeltoren bouwen van een combinatie van bananen en komkommers!”. Henk wist wel dat Ingrid nu al een tijdje GHB gebruikt maar zo’n geniaal idee had hij in tijden niet gehoord.
Desalniettemin bromde hij ‘kappen nou kut’, en gaf Ingrid een welverdiende muilpeer, waarna ze lachend tegen de grond flikkerde. Leuk spul dat GHB, dacht Henk grijnzend. Mocht dit allemaal fout aflopen dan ben ik in ieder geval vergeten wat er is gebeurd.
Enfin, nog geen half uur later stond Frits Bom op de stoep. Dat was te verwachten natuurlijk. Frits was er altijd als de kippen bij als het om GHB of welke verdovende substantie dan ook ging. Hij riep toen de deur open ging:” GHB! GEZELLIG HÉ!”.

Henk, die Frits altijd al een ontzettende speknek had gevonden, met z’n knoflookmuilmeur, negeerde dit nieuw gearriveerde sjuet en trok een onverdiende lauwe Schultenbrau open. ‘Jij ook eentje, Frits? Ja, dat dacht ik al. KRIJG JE NIET, LAMSTRAAL!’. Henk kon zichzelf prima amuseren. 
Had hij al sinds zijn jeugd. Hij zat ooit drie weken alleen in een zeecontainer op de Meppelse heide. Dat was een hobby die Henk nog had overgehouden uit zijn diensttijd. Op uitzending naar Bosnië hadden zijn mede-soldaten een spelletje bedacht. Verstoppertje, maar dan net even anders. Henk in de container, deur opslot, en dan maar zoeken. Heerlijk vond Henk het.
Als een soort Anne Frank aprés-la-lettre won hij keer op keer, en bracht zo negentig procent van zijn diensttijd rukkend, klaverjassend en vooral keihard zuipend in een zeecontainer door. GHB had hij toen nog niet van gehoord.

Klaverjassen! Dáár hadden ze zin in gekregen na al deze mooie herrinneringen. Afin, Ingrid, Henk en Frits opzoek naar nummer 4! Klaverjassen met z’n drieën is tenslotte verdulle lastig.
En ja hoor. Ze hadden het woord ‘klaverjassen’ nog niet uitgesproken of daar kwam Ursul de Geer ook nog eens aangewandeld. Wat Henk en Ingrid niet wisten, is dat het al jaren niet echt boterde tussen de twee TV-sterren van weleer. De werkelijke aanleiding daarvoor was door zowel Ursul als Frits allang vergeten, maar had volgens Frits iets maken met de ontzettende bloedkop van Ursul, en natuurlijk zijn naam (URSUL! UR!SUL! #manmanman) en volgens Ursul zelf met de voorkeur van Frits voor leverworst en dit op elk ongevraagd moment te laten weten door heel hard:”LIEVER KIPS LEVERWORST DAN GEWONE LEVERWORS!” te blèren.Ursul had daar problemen mee, kippenleverworst kon er bij hem niet in. Het moest en zou varken zijn. Daar kwamen de mannen in het verleden ook al niet uit en dit zou een rol gaan spelen in de avond die niemand had kunnen voorzien. Wellicht had Frits een andere broek aan moeten doen. Kip is een oud trauma. Als klein kind werd hij ook al opgesloten.
Bij gebrek aan het bekende kolenhok werd deze dag gekozen voor het kippen hok in de achtertuin van Henk en Ingrid. Geregeerd door onderbuikgevoelens, opgekauwde shaggies en lege, vefrommelde blikken Amstel en Schultenbrau, kon er geen kip meer in het hok. 
Dikke fokking pech voor Ursul.

Zijn tirade werd gesmoord in deze onvoorstelbare tyfusbende, zodat Henk, Ingrid en Frits, die bij gebrek aan vierde klaverjasfanaat SBS Campinglife zaten te kijken, tijd, ruimte en gelegenhied genoeg hadden om jaloers te worden op alle mooi caravans, sommige zelfs met roodwit-gestreepte gordijntjes achter de plexigras kutruiten.
Toen dan uiteindelijk de nieuwe Weber Barbecue in beeld kwam sloeg de vlam in de pan. Nu Ursul niet meer in beeld was moest Frits er ook aan geloven vonden Henk en Ingrid tezamen. Henk pakde alvast een vers geslepen keukenmes en Ingrid begon zich langzaam uit te kleden om het slachtingsritueel kracht bij te zetten.
‘IS HET NOU GODVERDEGLOEIDEFUKKINGKUT AFGELOPEN MET DIE GRAFHERRIE!’ klonk het plots. Zowel Henk als Ingrid hadden geen idee welke idioot de hele buurt om drie uur ‘s nachts wakker schreeuwde, Frits had wel betere dingen aan zijn hoofd en Ursul is zo dom als het achtereind van een leverworst dus die lamzak had weer eens niks door. Henk dacht terug aan zijn diensttijd, de tochten door het bos en zijn training. Met het mes nog in zijn hand en de naakte Ingrid op zijn netvlies.
Dat waren nog eens dagen. Toen Henk singlehanded drie bataljons vijanden per dag over de kling joen. Nu kijkt hij SBS, stemt domrechts en heeft een vijver met een tuinkabouter in zijn bezit en de tuin.
Hij werd bijna sentimeel van dit gezwijmel, dus hij begon te huilen. Zoals dat hoort in de foetushouding, wiegend en met een kussentje tussen de knieën. Zo was Henk dan weer wel, de latente flikker.Hij huilde zichzelf in slaap het maakte niet uit wat er om hem heen gebeurde. Het kippenNEUKEN, traditioneel vooraafgaand aan het betere klaverjaswerk, begon toch pas morgenmiddag. Als Frits het tot die zou redden, dat is.
Op eens realiseerde Henk, na even te zijn weggedommeld, dat ze iemand hadden horen schreeuwen op straat. Aangezien het slachtingsritueel nog maar net gestart was, hadden ze geen zin dat iemand dit heugelijke moment zou komen door breken. Ze keken naar buiten en daar stond Louis van Gaal, volledig uitgedost in een outfit die een soort combinatie was van een oud Amerikaans Pino pak en SS uniform. Lelijk, niet te harden.
“Zeg, kunne gai een bietje kloave..lave..klafe..KAARTEN”, vroeg Henk.

Ondertussen was Ursul in alle staten. Weggedrukt achter in het kippenhok met zijn hoofd tussen zijn knieën probeerde hij met het zingen van kinderliedjes zijn angsten weg te drukken. Het kippenhok was weer een beetje tot bedaren gekomen nadat Ursul zijn linker voet had opgegeven. Het was zijn favoriete voet, maar moeilijke omstandigheden vereisen moeilijke oplossingen had hij gedacht.

– HOOFDSTUK 1 -

Opeens schrok Willeke Alberti (niet de zangeres, deze Willeke heeft een carriere in de kippenindustrie en klust zaterdagavond bij als paaldanseres zonder talent) wakker uit een droom waarvan ze de herkomst niet kon herleiden! Henk, Ingrid, Frits en Ursul? Wie de fuck zijn al die mensen. Ze was helemaal de wegkwijt bij het afgaan van haar wekkertje en wist zich even geen raad. Misschien moest ze de dokter maar eens gaan raadplegen want die anti-depressiva bleek een rare uitwerking te hebben. Of zouden die jongens van het COC in Barnevelt bij haar optreden van de laatste avond iets in haar drankje hebben gedaan? Nee dat kon het niet zijn. Daar was ze tenslotte wel vaker geweest en toen was de GHB altijd wél goed gevallen. Er zat dus maar 1 ding op. Naar de doker.

Willeke zoekt haar nieuw verworven OV-chip kaart op, trekt een schone onderbroek aan en vertrekt richting de bushalte. Onderweg flitsen de herinneringen aan haar bizarre droom van vannacht voorbij. Wat had dit te betekenen?

– HOOFDSTUK 2 -

Parralel aan de episch falende acties van Willeke ging haar droom gewoon door. Ja, dit behoeft enige uitleg. Via een bug in de relativiteitstheorie van Einstein (de stomme lul), spelen dromen zich af op een niveau onder onze dimensie. Hoe dit precies zit is te lezen op Niburu, voor ons volstaat de wetenschap dat het ongestraft met puppies op etalageruiten gooien in het droomniveau gewoon een alledaagse bezigheid is, in plaats van wangedrag, zoals die schone daad bij ons betsempeld wordt.

We lieten onze anti-helden als volgt achter. Henk stond met een brandblusser in te hakken op het kippenhok waar hij dacht een doodsbange Frits aan te treffen. Echter had Frits nooit in het kippenhok gezeten , maar lag hij vanachter de heg naar de nog steeds nakende Ingrid te staren. Ingrid, met d’r blubberpens, had dit niet door. Dom wicht dat het is. Met d’r onderkin en puistenharses.
Waar de vierde van het gezelschap, Ursel, uithing wist niemand. Inclusief Ursel zelf, die nog dommer is dan Ingrid met kleren aan op een goede dag.
Dit mocht de stemming niet deren, dus het driekoppige gezelschap besloot de gemoederen tot bedaren te brengen door middel van een zuippartij van meer dan epische proportisch. Henk trok een nieuwe tray Schultenbrau uit de kelder, Ingrid ontdopte in d’r blote flubberreet een fles prosecco en Frits was te gast dus deed helemaal geen flikker, zoals dat goede gasten betaamt.

– HOOFDSTUK 3 -

Eenmaal bij de bushalte aangekomen, stak Willeke nog even snel een Menthol – GATVERDAMME! DE SNOL!  – sigaretje op alvorens de bus binnen enkele minuten de hoek om zou komen scheuren. Toen dat eenmaal het geval was, zag ze dat de bus van een soort schoonheid was die ze nog nooit had mogen ervaren. Maar al snel realiseerde zij zich dat de MDMA van gisteren avond waarschijnlijk nog een zeer grote invloed had op haar perceptie.
Ze stapte de bus in en checkte in. Ze zocht een plekje uit bij het raam. Die waren er helaas niet veel meer omdat er die dag een conferentie voor claustrofobie in de stad was en de bus er dus vol mee zat. Uiteindelijk wist ze een plekje bij het raam te bemachtigen maar dat ging bepaald niet zonder slag of stoot.
Naja, eigenlijk wel, want de onkunde qua slaan en stoten maakte Willeke ruimschoots goed met haar fenomefokkingnale voetwerk. Als een volleerde Muhhamed Ali, maar dan met voeten in plaats van handen, trapte ze net zo lang op de toeter van de bus tot iedereen vanwege de herrie het ding verliet.
Inclusief chauffeur, en Willeke was wijs genoeg om in te zien dat zij, als vrouw zijnde, de bus nooit in de eerste versnelling zou krijgen. Laat staan van zijn plaats. Wel was zij zo verstandig geweest eerst uit te checken alvorens de buschauffeur terug te roepen en de reis kon dus eindelijk van start gaan.

Eenmaal bij de dokter aankomen moest ze eerst op een half weggeroestte deurbel drukken. Een krakerige stem antwoorde: “Met de assistente van Dokter van der Plooooooeeeeegggg?”. “Ja, met Willeke”, zei ze bedeest. “De chlamidia is inmiddels helemaal weg maar ik heb vannacht zo raar gedroomt dat ik denk dat de medicijntjes niet helemaal lekker vallen”. De deur werd met een trillend geluid open gebuzzed en Willeke naam plaats in de wachtkamer naast de broer van haar groenteboer. Hij stond bekend als ‘de dorpsgek’ want hij had tenslotte al een keer met zijn grote teen een albino dwergkip in zijn anus geprikt. Kortom drama en chaos alom.

– HOOFDSTUK 4 – De ontknoping -

Een klein kwartier en een halve tray pauperbier later was het voor Henk hoog tijd zijn maag leeg te laten pompen. Met dank aan de fukkende Einstein en de droom van Willeke, en helaas voor Henk, bevond de bloedmooie assistente van Dokter Van der Plooooooooeggg zich aan de andere kant van de pan-dimensionale Niburu-fuckup, dus daar had Henk geen flikker aan.
Hij rochelde wat na, trok een nieuw blik open, bedacht dat het jammer was dat hij zo’n dikke zeug als Ingrid aan de haak had geslagen en viel morsdood neer.

Ingrid zag het gebeuren, en dolblij dat ze eindelijk van die akelig ondrendabele Henk en z’n meurpoten afwas, schoot ze in een lachstuip die haar drie seconden later zo fataal als de touwtyfus werd.
Zo dood als een dode pier tiefte ze, vetrollen en al, achterwaarts in de heg, waar Frits lag te schuilen. De laatste ontdekking die Frits in zijn leven deed was dat zijn gestel bijzonder slecht bestand was tegen honderdachtentwintig kilo puur vet met de naam Ingrid, en zo plat als een platte Frits eindigde hij zijn leven.

Ursul, dde domme lul, wist van niks, ook al stond hij het schouwspel gapend te aanschouwen. We willen hier iets doen met een divine intervention, dus De Heere zag dat het allemaal kut was, kastijde Ursel met een bliksemschicht en liet zijn stoffige overschot liggen als voer voor de drie tweehoofdige hyena’s, die Hij meteen even schiep.

- HOOFDSTUK 5 – Ook Willeke redt het einde van dit verhaal niet

Naja, en toen ging ook Willeke dood. Niet vanwege een faal van de goed uitziende, maar o zo domme doktersassistente, maar gewoon omdat we dit verhaal schijtzat zijn. En dan kunnen we wel moeite doen nog een divine intervention te verzinnen, maaar als wij zeggen dat Willeke dood moet, valt onze fictieve paaldanseres zonder talent gewoon neer.
Kijk maar, daar gaat ze al.
Boem. Einde. En ze huilden nog lang en gelukkig.



Ook gaaf:

2 Comments »

 
  • Ramon Moor says:

    Geweldige post! Jammer dat de spelling af en toe erg wankel is, maar ach … what the heck! Ik kijk uit naar het vervolg. Keep up the good work!

  • David says:

    De spelling heb ik expres zo gelaten, zoals men het schreef staat het er nu op. Leek me wel zo netjes.
    Dit concept bevalt goed, gaan we een wekelijks dingetje van maken.

 

Leave a Reply