Wat ik zo mooi vind aan wielrennen, vroeg mijn schoonvader afgelopen weekend. Ik was er zelf niet bij, dus de man moest het doen met het antwoord wat mijn vriendin hem gaf. ‘Enkel de renners, de fietsen en de weg’, zo raakte ze keihard de kern. Want meer is wielrennen niet. Boeiend teamspel, gelinkebal tijdens een ontsnapping, wielrenners die compleet kapot knallen tijdens een ellenlange beklimming, een woedende Cavendish na een vlekkeloze sprint. Deze dingen, die het wielrennen maken tot wat het is, komen enkel voort uit de renners, de fietsen en de weg.
Zoals ook de verschrikkelijke crash van Wouter Weylandt voortkomt uit die drie elementen. Een renner, een fiets en een weg. Meer heb je niet nodig om het leven van een jonge renner, een veelbelovend talent en een aanstaande vader te beëindigen. Het ene moment ben je bezig met een routineuze afdaling, het andere moment kijkt de hele wereld met pijn in de pens naar de gevolgen van de rampzalige stuurfout.
Beelden die, volgens wielrenner Millar, nooit uitgezonden hadden moeten worden. Daar ben ik het niet mee eens. Wielrennen is een sport die onvoorstelbare risico’s met zich meebrengt. Tijdens afdalingen scheren de renners langs diepe ravijnen met snelheden die richting de honderd per uur gaan. Dan gaat er, hoe ontzettend naar het ook is, af en toe wat mis. Twee jaar geleden stortte de Spanjaard Horillo tachtig meter in een ravijn. Datzelfde jaar brak het stuur van Jens Voigt onverwachts af. Daar hebben we de beelden van gezien. Wederom met pijn in de pens, maar we hebben ze gezien. Hoe erg het ook is, dit ís wielrennen. Dit is een gevolg van die verdomde combinatie renners, fietsen en wegen. Deze beelden niet uitzenden zou hypocriet wegkijken zijn.
Geen bescherming, geen gelul met een verstevigd chassis, geen blokjes, lijntjes of een net tussen de deelnemers maar enkel renner, fiets, weg. De ingrediënten die van het fietsen de mooiste sport ter wereld maken, zorgen in één moeite door voor de zwartste momenten van diezelfde sport.
Casartelli. Kivilev. Weylandt. Ze vertegenwoordigen een kant van het wielrennen waarvan niemand wil dat die er is, maar die helaas onvermijdelijk is. De pracht van het wielrennen zit in onmenselijke uitdagingen en onmetelijke risico’s. Zonder die uitdagingen en risico’s zou het wielrennen niet zijn wat het is.
Het levert een dubbel gevoel op. Enerzijds de zucht naar sensatie, naar razendsnelle afdalingen en anderzijds de eeuwige angst voor valpartijen. De wetenschap dat het eerste niet zonder dat godvergeten laatste kan bestaan, houdt mij en duizenden anderen bezig, zeker sinds gisteravond.
Uiteindelijk gaan we gewoon door. Vandaag wordt naar verwachting gesloten de etappe uitgereden, morgen is het volop koers. Met renners, fietsen en wegen. Laten we hopen dat die drie vanaf nu alleen maar de mooie kanten van de sport laten zien.